Rectumcarcinoom - inhoudstafel tablecorner
1. Functie en werking van de dikke darm 2. Hoe ontstaat darmkanker?
3. Het plannen van Uw behandeling
4. De behandeling van het rectumcarcinoom
5. Mogelijke verwikkelingen bij een operatie
6. Na de operatie
7. De definitieve diagnose
8. Het ontslag uit het ziekenhuis
9. Controleraadpleging
10. Chemotherapie
11. Stoma
12. Het leven nadien
13. Nuttige gegevens
14. Antwoorden op uw vragen


 1. Functie en werking van de dikke darm tablecorner
Voedsel is nodig om ons lichaam in goede conditie te houden. Wanneer we langere tijd niet eten en drinken, vermageren we en drogen we uit.
In het spijsverteringskanaal verteren we ons het voedsel en nemen het op. De voedselrestanten die niet nuttig zijn voor ons lichaam scheiden w terug uit.

1.1. De spijsvertering
De mondholte: door te kauwen vermengt het voedsel zich met speeksel. Dit is het eerste verteringsproces.
De slokdarm: dient enkel voor het vervoer van het voedsel naar de maag.
De maag: het voedsel vermengt zich hier met maagsap. Na een gedeeltelijke vertering, komt het voedsel in kleine porties in de dunne darm.
De dunne darm: hier gebeurt de voltooiing van de vertering van het voedsel. De wand van de dunne darm neemt een groot deel van het verteerde voedsel op.
De dikke darm: de onverteerde resten van het voedsel komen in de dikke darm. De dikke darm neemt vocht op uit de onverteerde voedselresten en dikt de stoelgang in. Aan het begin van de dikke darm is de ontlasting waterdun als diarree. Aan het einde van de dikke darm hoort de ontlasting halfvast te zijn.

1.2. De functie en de ligging van het rectum
De endeldarm of het rectum is het laatste gedeelte van onze dikke darm en begint enkele cm boven de aars en eindigt een 15 tal cm verder ter hoogte van de bekkenrand.
Dit deel van de darm is het reservoir waar de stoelgang en de darmgassen opgestapeld worden in afwachting van hun evacuatie via de anus.

dunnedarm


 2. Hoe onstaat darmkanker tablecorner
Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen, allemaal met bepaalde functies en eigenschappen. Ze delen zichzelf om de groei of het onderhoud van het mechanisme te verzekeren. Deze cellen staan onder invloed van een regelsysteem dat ervoor zorgt dat er niet te veel of te weinig cellen komen.

Een kankercel is een cel die zich niet meer aan de regels houdt. Er treedt een buitensporige toename van cellen op, waardoor een gezwel (tumor) ontstaat. Dit gezwel kan goed -of kwaadaardig zijn.
Bij een kwaadaardige tumor spreken we van kanker (carcinoom).
Een kwaadaardig gezwel groeit ongeremd doorheen gezonde weefsels. Kwaadaardige cellen hebben de eigenschap om na verloop van tijd uit te zaaien via bloed- en lymfevaten.

Darmkanker ontstaat in het slijmvlies van de darm, meestal uitgaande van een niet-kwaadaardige poliep (woekering van het slijmvlies). De transformatie van een goedaardige poliep naar een kwaadaardig gezwel verloopt over 10 à 15 jaar. Daarom worden poliepen steeds weggenomen bij colonoscopie. Gezien 30 % van de dragers van poliepen nieuwe poliepen ontwikkelen is een colonoscopie om de 2 à 3 jaar aangewezen.

Er bestaan ook familiale vormen van colon en rectumtumoren, waarbij meerdere eerstegraads familieleden op jongere leeftijd drager zijn van deze en andere tumoren (borst- en eierstokkanker). Deze familiale vorm van colon en rectumkanker is eerder zeldzaam.

Van bepaalde darmziekten is bekend dat zij aanleiding kunnen geven tot darmkanker, nl Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa.

Naar gelang de plaats waar de tumor zich bevindt maken we onderscheid tussen:
  • kanker van de endeldarm: het rectumcarcinoom
  • kanker van de rest van de dikke darm: het coloncarcinoom


 3. Het plannen van uw behandeling tablecorner
Het is belangrijk te weten dat verschillende geneesheren van verschillende disciplines samenwerken voor Uw behandeling. Dit noemt men een multidisciplinaire behandeling. Het waarborgt het samenbrengen van alle vereiste deskundigen om Uw behandeling optimaal te laten verlopen.

Zo komt U tijdens Uw behandeling in contact met:
  • de gastro-enteroloog
  • het chirurgisch team
  • de anesthesist
  • de oncoloog
  • de radiotherapeut
  • verpleegkundigen
  • psychologen
De keuze voor de behandeling evenals de kans op genezing (de prognose) hangt af van het stadium waarin de kanker zich bevindt. Daarvoor stelt de arts zich volgende vragen:
  • Bevindt het gezwel zich in de darm of groeit het doorheen de darmwand?
  • Is het gezwel vergroeid met de aanliggende organen zoals blaas, prostaat, baarmoeder, vagina, bekkenwand?
  • Zijn er uitzaaiingen op afstand (lymfeklieren, lever, longen)?
  • Welk type kanker (carcinoom) is het?
  • Hoe groot is het gezwel?
  • Hoe is Uw algemene gezondheidstoestand?
Om op deze vragen antwoorden te vinden zijn bijkomende onderzoeken vereist:
  • Een totale colonoscopie met bioptie van het letsel
  • Een endo-echoscopie van het letsel
  • Een scanner van het bekken
  • Een scanner of echografie van de lever
  • Een radiografie van de longen
  • Bloedonderzoeken
  • Een uitgebreid hart- en longonderzoek
Wanneer alle resultaten van de uitgevoerde onderzoeken bekend zijn kan men het stadium van Uw gezwel bepalen. Dit noemt men de klinische staging.

Aan de hand van deze resultaten wordt Uw behandeling besproken en vastgelegd in de multidisciplinaire oncologische vergadering.

Ook Uw huisarts wordt hierbij betrokken.

Na het multidisciplinair overleg zal Uw geneesheer samen met U de behandeling uitvoerig bespreken.


 4. De behandeling van het rectumcarcinoom tablecorner
Het rectum ligt diep in de onderbuik en leunt sterk aan tegen de omgevende weefsels (de bekkenwand, de blaas, de prostaat en zaadblaasjes bij de man, de baarmoeder en vagina bij de vrouw). Door deze bijzondere lokalisatie is de behandeling van het rectum anders dan dikke darmkanker.
Het rectumcarcinoom in zijn beginstadium (d.w.z. dat het gezwel binnen de wand van de darm groeit) kan enkel met een operatie behandeld worden.
Van zodra het gezwel doorheen de darmwand groeit zal het letsel eerst bestraald worden om nadien operatief verwijderd te worden. Deze behandelingstactiek geeft beduidend minder lokale teruggroei dan wanneer men deze gezwellen enkel operatief verwijdert.
Bij vergevorderde gezwellen (doorgegroeid zijn naar andere organen) zal men eerst bestraling met chemotherapie combineren om zo een verkleining van het gezwel te bekomen. Nadien wordt het dan operatief verwijderd.


4.1 De radiotherapie
Enkele weken voor de operatie zal U bestraling (radiotherapie) krijgen. De bestraling zal het gezwel verschrompelen. De kans dat het gezwel terugkomt na de operatie wordt dan heel klein (2 à 4 %).

De bestraling gebeurt met fotonen, opgewekt door een lineaire accelerator. De plaats waar de stralenbundel terechtkomt wordt vooraf nauwkeurig door een computer bepaald ( de simulatie), zodat zo weinig mogelijk gezond weefsel wordt mee bestraald. Van de stralenbundel voelt U niets.

De radiotherapeut zal U nauwkeurig onderzoeken. Met een moeilijk afwasbare stift tekent hij het gebied op Uw lichaam dat bestraald moet worden. Zo gebeurt de bestraling bij elke sessie op precies dezelfde plaats.

Tijdens Uw behandeling wordt U regelmatig gezien door de behandelende radiotherapeut, door een verpleegkundige en door een diëtiste. Zij zullen U raad geven hoe U de kleine ongemakken van de bestraling kan vermijden of oplossen.

Bijwerkingen van de bestraling kunnen zijn:

  • Roodheid en irritatie van de huid
  • Moeheid is een frequente bijwerking
  • Misselijkheid
  • Branderigheid en frequent plassen
  • Ontsteking van de dunne darm met diarree (Dit is een ernstige bijwerking die pas na enkele weken tot maanden optreedt.)

Het Henri Serruys Ziekenhuis AV werkt samen met de dienst radiotherapie van het Academisch Ziekenhuis te Jette en van het AZ Brugge. Tweemaal per dag worden patiënten kosteloos vervoerd naar het Academisch Ziekenhuis te Jette.


4.2 Voorbereiding voor de operatie
Bespreek Uw thuismedicatie met Uw arts. Hij zal U informeren welke medicatie U eventueel dient te stoppen voor de operatie.
Zelfs 'onschuldige' medicatie, zoals aspirine en medicatie tegen artrose, vermeldt U best. Zij kunnen immers de kans op een bloeding vergroten.

Deel zeker mee aan Uw arts indien U allergisch bent aan bepaalde medicatie (jodium, aspirine, antibiotica, latex enz.).
Tijdens de operatie krijgt U immers antibiotica om infecties van de wonde en de buik zo veel mogelijk te vermijden.

De anesthesist zal de avond voor de operatie de verdoving met U bespreken en Uw vragen hierover beantwoorden.

De dag voor de operatie wordt de darm voorbereid.
Om de darm te reinigen krijgt U 4 à 5 liter Kleanprep oplossing te drinken. De verpleegkundige zal Uw stoelgang regelmatig controleren. Wanneer Uw stoelgang een heldere gele vloeistof is, is de darm voldoende geledigd voor de operatie.

Indien er echter een verstopping (obstructie) in de darm is, kan het leegmaken van de darm niet gebeuren.

Om een bloedklonter (trombose) te voorkomen, krijgt U een antistollingsmiddel toegediend. Dit is een onderhuidse inspuiting die dagelijks herhaald zal worden gedurende één maand na de operatie.


4.3 De Operatie
Bij de heelkundige behandeling zal een deel of het volledige rectum met het aanliggende vet- en klierweefsel worden verwijderd. Indien nodig worden aanliggende aangetaste organen samen met het rectum verwijderd.
Deze heelkundige ingreep gebeurt via een insnede doorheen de buikwand.
Sommige centra voeren deze ingrepen uit via laparoscopische weg (kijkoperatie). Tot op heden is er geen afdoende wetenschappelijk bewijs dat deze techniek even veilig is als de klassieke heelkunde.
Het type operatie is afhankelijk van de lokalisatie en de uitgebreidheid van het gezwel.


We geven een overzicht van de mogelijke operaties.

4.3.1 Lokale excisie
In zeldzame gevallen is het mogelijk om het carcinoom te verwijderen via de anus. Het gezwel en een klein deel van het rectum worden verwijderd. Dit noemt men een lokale excisie. Dit is enkel mogelijk als het om kleine gezwellen gaat, die zich in het begin van hun kwaadaardige ontaarding bevinden.


4.3.2 Anteriorresectie van het rectum met partiële mesorectale excisie
Gezwellen gelegen in het bovenste derde van het rectum worden behandeld met een anteriorresectie. Hierbij wordt 30 à 40 cm dikke darm boven het gezwel, het rectum met het gezwel en een 5 tal cm gezond rectum onder het gezwel verwijderd. Het vetweefsel, dat de bloedvaten en lymfeklieren bevat, wordt samen met de darm verwijderd. Er zal steeds getracht worden een verbinding tussen de dikke darm en het rectum te maken. Deze verbinding wordt een anastomose genoemd. Gezien de anastomose in een bestraald gebied ligt, zal dikwijls een tijdelijke dubbelloop stoma (zie fig. 6) worden aangelegd om de ernstige gevolgen van een anastomoselekkage te vermijden. De beschermende stoma bevindt zich meestal t.h.v. de rechter onderbuik en wordt na 6 à 8 weken verwijderd. Daar is een minder grote operatie voor nodig.

figuur2
Figuur 2: anteriorresectie van een gezwel van het bovenste derde van het rectum


4.3.3 Totale Mesorectale excisie van het rectum
Een rectumgezwel gelegen in het middelste en onderste derde van het rectum ondergaat een totale resectie van het rectum met zijn aanliggende vetweefsel (meso). Het rectum wordt weggenomen net boven de sluitspier van de aars. Nadien wordt een verbinding gemaakt tussen de dikke darm en de aars door een mechanisch anastomose apparaat (stapler) genoemd. Omdat deze anastomose zeer kwetsbaar is en in een bestraald gebied ligt, zal een tijdelijk dubbelloop stoma (fig. 6 pag. 23) worden aangelegd om de ernstige gevolgen van een anastomoselekkage te vermijden. Dit beschermend stoma bevindt zich meestal t.h.v. de rechter onderbuik.
Bij deze techniek wordt zorgvuldig de bezenuwing van blaas en genitalia gespaard. Van de totale mesorectale excisietechniek is wetenschappelijk aangetoond dat de kans op het terugkeren van het gezwel in het operatiegebied zeer gering is.

figuur3
Figuur 3: totale mesorectale excisie van het rectum voor tumoren van het middelste en onderste derde van het rectum


4.3.4 De Abdominoperineale rectumamputatie
Een rectumgezwel dat zeer laag gelegen is en tot tegen de aars reikt, wordt behandeld met een rectumamputatie. Hierbij wordt het rectum samen met de aars en de aanliggende sluitspier weggesneden. Er kan dus geen verbinding (anastomose) meer gemaakt worden. De dikke darm wordt dan als een eindstandig stoma (fig. 5 pag. 23) aan de huid gezet t.h.v. de linker onderbuik. Dit is een definitief stoma. De opening waar de aars zich bevond wordt dichtgenaaid.

figuur4
Figuur 4: abdominoperineale resectie van het rectum voor een tumor van de anorectale overgang

In een ver gevorderd stadium van het carcinoom kan de ingreep een palliatieve ingreep zijn.
Deze ingreep betracht geen genezing maar heeft tot doel de symptomen, die door het gezwel veroorzaakt worden, te verlichten.


 5. Mogelijke verwikkelingen bij een operatie tablecorner
5.1 Algemene verwikkelingen
Geen enkele operatie is zonder risico. Zo is er ook bij een operatie aan de endeldarm de kans op algemene verwikkelingen aanwezig: bloeding, longontsteking, flebitis t.h.v. de onderste ledematen, longembolie, pancreatitis, wondinfectie…

Uw eigen algemene gezondheidstoestand kan uiteraard ook een belangrijke invloed hebben op het verloop na de operatie en de risico's die aan de ingreep verbonden zijn.
Aarzel niet dit met Uw arts te bespreken en geef hem vooraf alle informatie die nuttig zou kunnen zijn (vroegere ziektes, medicatiegebruik, enz.).

5.2 Specifieke verwikkelingen
Naast algemene verwikkelingen zijn ook een paar specifieke verwikkelingen mogelijk.

Een ernstige verwikkeling is de lekkage van de verbinding (anastomose). Deze complicatie komt voor in ongeveer 10% van de anastomoses na totale mesorectale excisie. Het preventief aanleggen van een beschermend stoma zal het voorkomen van een anastomoselek niet kunnen verhinderen. Wel worden de gevolgen ervan tot een minimum beperkt. Na 6 weken wordt de heling van de colo-anale anastomose bevestigd met een radiografisch onderzoek (gastrograffineclysma). De beschermend stoma wordt dan verwijderd mits een kleine operatie.

Ook is het mogelijk dat tijdens het losmaken van de darm (de dissectie) andere organen getroffen worden of dat er een bloeding optreedt (vb. miltbloeding).
Indien dit gebeurt zal de chirurg dit verhelpen tijdens de operatie. In het geval van een miltbloeding kan het mogelijk zijn dat de milt wordt weggehaald. Nadien moeten bepaalde maatregelen genomen worden, waar de chirurg U later zal over inlichten.

Wondinfecties geven aanleiding tot een vertraagde wondgenezing. Het kan nodig zijn de huidhechtingen te verwijderen en de wonde (oppervlakkig) open te leggen.

Soms is het niet te vermijden dat de zenuwen naar de geslachtsdelen en de blaas beschadigd worden.
De kans op stoornissen van de bezenuwing van blaas en geslachtsorganen is het grootst wanneer het gezwel groot is of laag in de endeldarm (rectum)gelegen is. Stoornissen van de bezenuwing van de geslachtsorganen kunnen problemen geven bij erectie en ejaculatie. Indien gewenst kan een specialist-androloog hiervoor een gepaste behandeling instellen.

Wanneer de darmwerking niet op gang komt spreken we van een darmparalyse: stoelgang en darmgassen blijven uit en de buik is gezwollen. Deze tijdelijke situatie wordt behandeld door middel van een sonde in de maag. Deze leidt de maag- en darmsappen af tot de darmwerking (peristaltiek) herbegint. Ondertussen krijgt de patiënt voeding via het infuus (totale intraveneuze voeding).

Een endeldarmoperatie is een ernstige ingreep waaraan een overlijdensrisico tijdens het ziekenhuisverblijf verbonden is.
Het risico van de ingreep wordt bepaald door verschillende factoren zoals de ligging en afmetingen van de tumor, de doorgroei of verspreiding in andere organen, Uw algemene gezondheidstoestand, eventuele verwikkelingen, enz.
Het is niet mogelijk om voor elke patiënt het risico precies te becijferen voor de ingreep, maar gemiddeld is ze lager dan 5 %.


 6. Na de operatie tablecorner
Na de operatie verblijft U 1 à 2 dagen op de afdeling intensieve zorgen. Daar worden alle parameters van nabij gevolgd om eventuele ernstige verwikkelingen tijdig op te sporen en onmiddellijk te behandelen.

Direct na de operatie bent U door een aantal leidingen verbonden met allerlei apparaten:

  • Een infuus voor toediening van plasma, bloed, totale intraveneuze voeding en medicatie
  • Een dun slangetje in Uw rug voor epidurale pijnbestrijding. Deze katheter blijft maximaal 3 dagen zitten
  • Een maagsonde (sonde door Uw neus tot in de maag) voor afvoer van maagsap en darmvocht, in afwachting dat de darmwerking herbegint
  • Een drain in Uw buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht ten gevolge van de operatie
  • Een blaassonde voor de afloop van urine (gedurende 7 dagen)

Al naar gelang Uw herstel na de operatie worden deze hulpmiddelen verwijderd.

De hechtingen worden normaal gezien 10 dagen na de operatie verwijderd.

Twee à drie dagen na de operatie herneemt meestal de maag- en darmfunctie en kan de maagsonde worden verwijderd. Aanvankelijk krijgt men met vloeibare voeding, maar snel wordt overgeschakeld op een lichte vaste voeding.

Na de operatie kan het stoelgangpatroon gewijzigd zijn (diarree, frequentere stoelgang, incontinentie of moeilijke evacuatie, winderigheid, enz.). Dit is meestal tijdelijk en normaliseert de werking van de darm in de maanden na de operatie.
Soms kunnen deze afwijkingen echter hardnekkig zijn en is een aangepaste behandeling vereist.


 7. De definitieve diagnose tablecorner
Na de operatie wordt het weefsel met de tumor nauwkeurig onderzocht door een patholoog anatoom zowel met het blote oog (macroscopisch) als onder de microscoop.
Dan wordt het definitieve stadium van het gezwel vastgelegd (pathologische staging).

Indien het gezwel beperkt is tot de darmwand en de klieren er rond vrij zijn van uitzaaiingen is er geen aanvullende chemotherapie noodzakelijk.

Indien de tumor doorheen de darmwand groeit en er uitzaaiingen zijn in de klieren of in andere organen (lever, longen) zal een aanvullende chemotherapie gestart worden.

Uitzonderlijk wordt een aanvullende radiotherapie gegeven (wanneer de tumor dicht tegen de snijrand aanleunt).

Het definitieve tumorstadium wordt besproken in de multidisciplinaire consultatie en de aanvullende behandeling wordt vastgelegd.

U wordt ingelicht over de definitieve diagnose en over de eventuele nabehandeling door Uw behandelende geneesheer en de oncoloog.


 8. Het ontslag uit het ziekenhuis tablecorner
Bij een vlot postoperatief herstel kan U het ziekenhuis na 2 weken verlaten.
Bij ontslag krijgt U:

  • Een dieetadvies
  • Een advies van de stomaverpleegkundige en de beschikbare informatie over stomamateriaal
  • Een voorschrift voor thuisverpleging voor de toediening van de flebitispreventie, de stomazorgen en eventuele wondverzorging
  • Een voorschrift bestemd voor de apotheker voor het stomamateriaal, de thuismedicatie, het antistollingsmiddel voor de flebitispreventie, verbandmateriaal
  • Een brief bestemd voor de huisarts
  • Een afspraak voor de controleraadpleging bij de chirurg en oncoloog


 9. Controleraadpleging tablecorner
De eerste controle vindt enkele weken na de operatie plaats. Bij deze raadpleging zal vooral aandacht besteed worden aan de voeding, de stoelgang, de stomaverzorging en de wondheling.

Nadien is een levenslange controle ( follow-up) noodzakelijk. Niettegenstaande het volledig verwijderen van de tumor, kunnen sommige patiënten immers een lokaal recidief (het opnieuw ontwikkelen van de tumor in het vroegere operatiegebied) ontwikkelen. De meeste lokale recidieven doen zich tijdens de eerste twee postoperatieve jaren voor.

Ook kunnen kleine hoeveelheden kankercellen zich reeds verspreid hebben voor of tijdens de operatie (micrometastasen). Deze kunnen na enkele maanden of jaren zichtbare uitzaaiingen geven in de lever, longen of andere organen.

De eerste twee jaar na de operatie komt U tweemaal per jaar op controle, nadien eenmaal per jaar. Deze controleraadplegingen omvatten een gesprek over mogelijke problemen, een lichamelijk onderzoek, een bloedafname, een echografie van de lever en een radiografie van de longen.
Om de twee jaar gebeurt een totale colonoscopie om nieuwe poliepen of gezwellen vroegtijdig op te sporen. Indien men binnen de 5 jaar na de operatie geen lokaal recidief of uitzaaiingen vertoont, wordt men als genezen beschouwd.

Een levenslange controle blijft echter aangewezen!



 10. Chemotherapie tablecorner
Chemotherapie is de behandeling van kanker met geneesmiddelen die de celdeling stopzetten en zo de kankercellen vernietigen.
Bij een gezwel in een vergevorderd stadium kan voor de operatie chemotherapie samen met radiotherapie worden toegediend. Deze behandeling heeft tot doel het gezwel te laten krimpen en los te maken uit de bekkenwand. Dit noemt men een neo-adjuvante behandeling. 4 à 6 weken na deze behandeling wordt de operatie uitgevoerd.

Chemotherapie wordt na de heelkundige behandeling toegediend indien uit het pathologisch onderzoek blijkt dat er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren en wanneer het gezwel doorheen de darmwand is gegroeid. Dit noemt men een adjuvante behandeling.

De adjuvante behandeling voor het rectumgezwel omvat 3 reeksen (cycli) van elk zes weken, telkens gevolgd door een rustpauze van 2 weken. De totale duur van de adjuvante behandeling is dus zes maanden. Deze chemotherapie wordt via een infuus toegediend.

Ten einde het herhaaldelijk aanprikken van een ader te vermijden wordt een toegangspoortje (port-a-cath) geplaatst onder lokale anesthesie.
Voor de adjuvante chemotherapie is een opname in het ziekenhuis niet nodig. U gaat hiervoor naar de oncologische dagkliniek.
De meest frequente bijwerking van deze chemotherapie is diarree en vermoeidheid. Minder frequent zijn ontsteking van het mondslijmvlies (stomatitis), huidschilfering t.h.v. handpalmen en voetzolen en een remmende werking op het beenmerg. Haaruitval komt niet voor bij deze specifieke behandeling.
Bij uitzaaiingen in de lever of de longen wordt een ander type chemotherapie gegeven. De geneesmiddelen die gebruikt worden in deze palliatieve chemotherapie kunnen via de mond worden ingenomen.


 11. Stoma tablecorner
Een stoma (anus praeter of AP) is een kunstmatige uitgang van de darm. Deze wordt vastgehecht aan de buikwand. De stoelgang komt hierlangs naar buiten.
De darmopening ziet eruit als een rode knop met een diameter van enkele centimeters. Een stoma is niet voorzien van een sluitspier, zodat de ontlasting die de stoma verlaat opgevangen wordt in een aangepast stomazakje.

Bij een operatie van het rectumgezwel wordt dikwijls een tijdelijke, beschermende stoma aangelegd.
Meestal wordt de dunne darm aan de huid gezet op een staafje: dit is de dubbelloop ileostomie. Deze stoma bevindt zich ter hoogte van de rechter onderbuik. Het staafje wordt na 12 dagen verwijderd. De stoelgang is hier vrij dun en frequent, maar de stomaverpleegkundige zal U helpen om de mogelijke problemen op te lossen. Het is uitermate belangrijk dat de huid rond een ileostoma volledig bedekt is door een beschermende stomaplaat, om te vermijden dat de huid geïrriteerd zou worden.

Soms wordt een tijdelijk beschermend stoma aangelegd op de dikke darm: dit is de dubbelloop colostomie (fig. 6 pag. 23). Deze stoma wordt in de rechter onderbuik of in het midden van de buik aan de huid gezet op een staafje, dat na 12 dagen verwijderd wordt.

Wanneer het rectumgezwel een verstopping of obstructie van de dikke darm veroorzaakt wordt een tijdelijk eindstandige stoma aan de huid gezet in de linker onderbuik: dit is de eindstandige colostomie (fig. 5).

stoma01 stoma02
Fig. 5: de eindstandige stoma Fig. 6: de dubbelloop stoma

De tijdelijke dubbelloop stoma wordt na 6 à 8 weken gesloten op voorwaarde dat een controle radiografie een volledige heling aantoont van de colo-anale anastomose.
Voor deze kleine ingreep is een opname van 4 à 5 dagen in het ziekenhuis nodig.

Het wondje op de plaats van de vroegere AP wordt niet volledig gesloten omwille van de grote kans op een wondabces. Daarom wordt het deels opengelaten en opgevuld met een wiekje tot volledige genezing.

De darmcontinuïteit na een eindstandige colostomie wordt pas na een drietal maanden hersteld. Deze ingreep vraagt wel een langere opname in het ziekenhuis.

Na een rectumamputatie wordt een definitieve colostomie aangelegd t.h.v. de linker onderbuik.
Hier is de stoelgang veel minder frequent en gebonden.
Voor de operatie wordt de plaats van de stoma bepaald door de chirurg en de stomaverpleegkundige, die samen met U de beste plaats van de stoma op de buikwand zullen aanstippen met een stift. Er wordt gelet op lichaamsbouw, huidplooien en eventuele littekens.

Na de operatie zal de stoma verzorgd worden door Uw verpleegkundige: elke stap in de verzorging van de stoma zal U uitgelegd worden.
Na een tijdje zal U zelf onder toezicht van de verpleegkundige de stoma kunnen verzorgen.

Na het ontslag uit het ziekenhuis kan U steeds beroep doen op een thuisverpleegkundige om U te helpen bij de verzorging van de stoma.

Door de verscheidenheid in beschikbare opvangsystemen, beschikt U over de mogelijkheid het materiaal te vinden dat het best past bij Uw stoma, activiteit en persoonlijke voorkeur.

Het opvangsysteem bestaat uit een huidplaat en een opvangzakje. Voor een colostomie wordt een ééndelig opvangsysteem gebruikt, voor ileostomie een tweedelig systeem, dat bijzonder huidvriendelijk is doordat de huidplaat gedurende een aantal dagen ter plaatse kan blijven.

De opvangzakjes zijn volledig reukloos door de aanwezigheid van een filter. Het systeem dat U gemakkelijk kan vervangen, dat comfortabel aanvoelt en bij U goed kleeft, is voor U het beste zakje!
De stomaverpleegkundige zal samen met U het beste opvangsysteem uitzoeken.

In Oostende bestaat er een stomavereniging waar praktische tips onder belanghebbenden worden uitgewisseld. Tijdens Uw hospitalisatie ontvangt U een informatiebrochure over deze zelfhulpgroep.

Zie ook: Leven met een darmstoma


 12. Het leven nadien tablecorner
Patiënten die een operatie ondergingen voor een gezwel van het rectum kunnen een normaal sociaal en professioneel leven leiden mits rekening te houden met enkele aanpassingen.

Mensen met een colo-anale anastomose kunnen gedurende het eerste jaar na de operatie last hebben van veelvuldige stoelgang, telkens met kleine beetjes. Het uitstellen van de stoelgang verloopt soms moeilijk en af en toe is een accidentje mogelijk! Deze vervelende situatie herstelt zich meestal na één jaar. Soms is het gebruik van constiperende medicatie noodzakelijk.

Mensen met een definitief stoma zullen na verloop van tijd hun stoma zelfstandig kunnen verzorgen en de kleine problemen zelf oplossen. Er bestaat in Oostende een zelfhulpgroep voor stomadragers waar U steeds terecht bij kunt met Uw specifieke vragen of problemen. Ook kan U steeds beroep doen op de stomaverpleegkundigen van de dienst heelkunde in ons ziekenhuis.

De voeding dient in lichte mate te worden aangepast (vermijden van voedingstoffen die gemakkelijk aanleiding kunnen geven tot diarree of gasvorming). Dit verschilt van persoon tot persoon en een diëtiste kan U hierbij helpen. In de regel kan men stellen dat men quasi alles kan eten en drinken.

Het seksuele leven na rectumheelkunde is meestal normaal, ook bij mensen met een definitief stoma. Sommige mannen kunnen erectie of ejaculatiestoornissen vertonen door beschadiging van de bezenuwing in het kleine bekken tijdens de operatie en in mindere mate door de bestraling. Deze beschadiging is soms noodzakelijk teneinde het gezwel zo ruim mogelijk weg te nemen. Een urologisch consult is dan aangewezen en medicamenteuze ondersteuning kan dit euvel verhelpen.

De meeste mensen hernemen hun vroegere werk en sport. Toch mag men de buikspieren niet overbelasten, zoniet kan een littekenbreuk of een stomahernia ontstaan.


Door de enorme ontwikkeling in het stomamateriaal kan elke stomadrager een perfect normaal sociaal leven leiden!


 13. Nuttige gegevens tablecorner
STOMA CLUB OOSTENDE
Kastanjelaan 52
8400 Oostende
059 70 71 31

VLAAMSE LIGA TEGEN KANKER (VLK)
Hoofdzetel:
Koningsstraat 217
1210 Brussel
02 227 69 69
e-mail: vl.liga@tegenkanker.be

West-Vlaanderen:
Woensdagmarkt 10
8000 Brugge
050 34 38 12
e-mail: wvlaanderen.vliga@tegenkanker.be

www.tegenkanker.net

Belgische federatie tegen kanker
Leuvensesteenweg 479
1030 Schaarbeek
02 733 68 68

Vlaamse kankertelefoon
Elke werkdag van 09:00 uur tot 17:00 uur:
070 222 111
e-mail: e-kankerlijn@tegenkanker.be

VZW Netwerk Palliatieve zorg westhoek-Oostende
Stovestraat 2A
8600 Diksmuide
051 51 13 63


 14. Antwoorden op uw vragen tablecorner
Hoe moet ik nu verder leven?
Het doel van Uw operatie was om Uw genezingskansen zo maximaal mogelijk te maken. Dit betekent echter niet dat de verwerking vanzelfsprekend zal zijn.
U zal Uw eigen lichaam moeten leren aanvaarden zoals het nu is. U moet groeien naar een nieuw zelfbeeld.
U zal moeten leren het litteken en de stoma te durven bekijken en aanraken.

Moet ik nog thuiszorg krijgen?
Voor de verdere verzorging van Uw stoma kan U beroep doen op thuisverpleegkundigen. Zij kunnen U aanleren hoe U de stoma zelf kan verzorgen, of ze kunnen dagelijks Uw stoma komen verzorgen.

Moet ik een dieet volgen?
De reactie op verschillende voedingsproducten kan verschillen van persoon tot persoon. Probeer zoveel mogelijk normaal te eten. Regelmatig, rustig eten en goed kauwen is belangrijk. Door een regelmaat in het eten, ontstaat ook een regelmaat in het stoelgangpatroon.

Is de ontlasting erg dun en daardoor scherper voor de huid, is het raadzaam vezelrijke voeding (volkoren brood, granen, peulvruchten) te eten.
Heeft U last van gerommel in de buik, kunt U beter gasvormende voedingsmiddelen (ui, prei, kool, peulvruchten, noten) vermijden.

Zijn er problemen met Uw dieet en Uw voeding, kan overleg met een diëtiste nuttig zijn.

Wat moet ik mijn kinderen vertellen?
Kinderen, hoe klein ze ook zijn, weten als er spanningen zijn in het gezin. Wat en hoeveel vertellen we?
U moet de stap durven zetten om Uw kinderen in te lichten, uitleg te geven en vragen te beantwoorden.
Gedeelde onrust betekent immers rust, gedeeld verdriet betekent troost.

Moet ik mijn werkgever op de hoogte stellen?
Neen. Voor kanker geldt hetzelfde als voor andere ziekten. Het medisch geheim moet gerespecteerd worden.
Toch kan het nuttig zijn de arbeidsgeneesheer in te lichten. Hij kan afwegen of er aanpassingen van het werk nodig zijn (met behoud van het medisch geheim).

Kan een persoon die kanker heeft, ontslagen worden?
Neen. De wetgeving op de bescherming van de werknemers in geval van ziekte is hier van toepassing.

Kan ik opnieuw alle werk aan?
Voor de meeste beroepen is er geen bezwaar tot het hernemen van de werkzaamheden.
Soms is een gedeeltelijke aanpassing nodig.
Voor mensen met een stoma bestaat er een beperking voor zwaar lichamelijk werk, om een breuk rond de stoma te voorkomen.

Kan ik terug een blaasinstrument bespelen?
Het bespelen van een blaasinstrument wordt afgeraden bij mensen met een stoma. De druk rond de stoma wordt hoger bij het blazen, waardoor de kans op een breuk vergroot wordt.

Mag ik nog sporten?
De meeste sporten kunnen normaal worden uitgevoerd. Het is aangeraden om voorzichtig te beginnen en de inspanning geleidelijk aan op te drijven.
Ook zwemmen is geen probleem. Meestal wordt de stoma lager dan de broekband aangebracht, zodat die in een zwembroek niet opvalt.

Hoe moet het nu met mijn partner?
De partner wordt in deze moeilijke periode vaak vergeten. Ook hij of zij leeft met onzekerheden en de angst U te verliezen. U moet begrijpen dat Uw partner tijd nodig heeft om met zijn gevoelens in het reine te komen, en met U erover durft en kan spreken.
Dit vraagt tijd. Tijd heelt wonden.

Mag ik weer seksueel contact hebben met mijn partner?
Hoewel het niet de eerste aandacht vraagt, komt na verloop van tijd die vraag bij vele mensen naar voor.
Indien er geen blijvend stoma werd geplaatst, is er geen lichamelijke reden om te kiezen voor een andere manier van vrijen dan men gewend was.
De aanwezigheid van een stoma lijkt echter veel mensen te weerhouden van seksueel contact, hoewel het lichamelijk perfect mogelijk is.

Wat kunnen de problemen zijn bij seksueel contact?
Bij mannen kunnen er potentiestoornissen optreden indien de zenuwen beschadigd werden tijdens de operatie.
Ook libidostoornissen kunnen optreden bij zowel mannen als vrouwen.
(Zie hiervoor ook: "5.2. Specifieke verwikkelingen")